Voila, we hebben het gevonden. Het modelkamp. Op het moment dat ik het schrijf, vind ik het vreselijk. Kan dat, een modelkamp? Maar de voorbije twee weken hebben we zoveel erge dingen gezien. Zoveel mensen opeengepakt op modderige terreinen. Anderen, ronddwalend over de wegen. Sommigen die, totaal onwetend, op de oevers van rivieren zitten en hopen met hun handen een vis te kunnen vangen. Duizenden. Honderdduizenden. En je moet dat eigenlijk vermenigvuldigen met tien of met honderd. Soms tot vijftig mensen in een tent voor tien. Soms op de nog doorweekte velden om ervoor te zorgen dat de enige koe die gered is, kan overleven. Soms op tombes, te midden de doden. Hier, op het terrein van de High School van Muzzafargahr delen 55 families 35 tenten. Dat is natuurlijk nog niet bepaald een luxecamping, maar wel wat alle kampen zouden moeten voorzien. Het minimum.
Unicef en haar partner Buniad Foundation die samen ontwikkelingsprogramma's opzetten in de regio (onderwijs, alfabetisering, gezondheid en bevolkingsparticipatie), hebben een 'schok'-groep opgezet om de ruimte en de veel te lange dagen te vullen. Bilal Sarwar, verantwoordelijke van het programma hier voor Buiad Foundation, heeft hier het concept voor ontwikkelingssamenwerking opnieuw opgebouwd. "Eerst hebben we het meest dringende aangepakt. Water, dan sanitair, toiletten en hygiënekits. Daarna is er geprobeerd om een omgeving op te bouwen die zo sterk mogelijk lijkt op het normale leven. De kinderen gaan naar school, de ouders zijn bezig met zelf koken en nemen deel aan allerhande activiteiten. Ze krijgen meer info over hygiëne. Ze krijgen hulp om opnieuw een officiële identiteit te krijgen, want vaak hebben ze al hun papieren verloren tijdens de overstromingen, ofwel hadden ze er vroeger nog geen en is het nu een goed moment om zich te laten registreren en later hun rechten te kunnen laten gelden. Er zijn twee leerkrachten die opgeleid zijn voor noodsituaties en weten hoe ze moeten omgaan met getraumatiseerde kinderen. Er is een gezondheidsmedewerker die voor bijkomende vaccinaties zorgt en, indien nodig, een dokter laat komen. Er is een psycholoog en een veiligheidsagent."
Mbilal, 10, toekomstig generaal !
Een kleine open tent is de school. De kinderen komen er lachend samen. Gedurende twee uur luisteren en herhalen ze, ze zijn blij als ze een taak krijgen voor de volgende dag. Voor sommigen is dit de eerste keer. In de namiddag komen ze terug voor twee uur, deze keer om te spelen. Daarna probeert de psycholoog de meesten onder hen even te ontmoeten. Ze doet hen praten, hun verhaal vertellen, hun angsten uitspreken. Daarna identificeert ze het trauma zodat ze het kan uitleggen aan de leerkrachten die de hele tijd bij de kinderen zijn.
Mohammed Mbilal is 10 en droomt ervan generaal te worden. " Want het leger heeft de mensen gered van de overstromingen." Maar hem niet, en zijn familie ook niet. "Er is iemand gekomen om ons te waarschuwen, maar daarna hebben we niemand meer gezien. Het was nacht, mijn vader heeft geroepen, ik heb het lawaai van het water gehoord en daarna gezien hoe het water ons huis binnendrong. Het kwam tot daar!" Hij toont zijn nek. "We waren met 50 in het huis. Mijn gezin, mijn ouders, twee zussen, twee broers en ik, de oudste. Maar ook neven en nichten, nonkels en tantes, grootouders. We wonen allemaal samen. Eerst gingen we van huis tot huis, maar het water haalde ons steeds in. Toen zijn we verder weg getrokken met de auto die mijn vader had gehuurd. Die heeft heel de tijd heen en weer gereden om iedereen in veiligheid te brengen."
Mbilal woont nu drie weken in dit kamp en hij denkt dat hij er nog een tiental dagen zal blijven. Hij denkt dat hij terug naar zijn dorp kan, maar hij weet nog niet dat als het water nog niet is weggetrokken, hij naar een ander kamp zal moeten vertrekken, want het college opent opnieuw en ze zullen deze plek moeten verlaten. Hij vindt de school geweldig. "Ik ging vroeger ook al naar school, ik was de eerste van de klas. Ik lees heel graag en als ik iets had kunnen meenemen toen we uit ons huis moesten vluchten, had ik mijn schoolboeken genomen." De meeste handboeken worden door de autoriteiten uitgereikt en het lijkt ondenkbaar dat een of andere mecenas zal opduiken die voor een heruitgave zal zorgen. Hij doet ook graag aan sport. "Ik speel enkel cricket, andere spelletjes interesseren me niet. Ik was graag cricketkampioen geworden, maar nu wil ik officier worden. Liefst van al generaal." En hij heeft de psycholoog al enkele keren gezien. "Ik zie de hele tijd mijn huis verdwijnen onder het water. Of ik ween? (hij schaamt zich) Ja, ik heb geweend toen het huis verdween. Maar nu gaat het beter. Mijn kleinere broers en zusjes wenen nog altijd en hebben nachtmerries, maar ik niet, dat is voorbij."
De glimlach van Mbilal is echt. Voor hem is dit een beetje vakantie. "Ik heb hier vriendjes gemaakt, ik heb plaats om cricket te spelen en het eten is hier veel beter dan thuis." Het is nochtans zijn mama die het eten klaarmaakt, net als vroeger. Maar hier krijgt hij drie keer per dag eten. In het dorp maar twee keer. "'s Morgens krijgt hij thee en brood. 's Middags kip. En 's avonds, groenten en vaak ook schapenvlees. Dat is een maaltijd meer dan thuis, het is lekkerder en er is meer!" En in het kamp is er ook 15 liter water per dag per persoon. Het is de eerste keer dat het quotum dat is vastgelegd door de gezondheidsdiensten wordt gehaald. In de provincie Sindh bevestigt Handicap International ons dat ze er enkele dagen geleden amper in slaagden om 6 liter water te bezorgen aan de vluchtelingen in de kampen, laat staan aan de mensen die nog altijd onderweg zijn.
Wanneer hij ons de tent toont waar hij nu drie weken met zijn familie woont, verdwijnt de glimlach van Mbilal. Zijn kleine zusje huilt en zijn mama zit er niet veel gelukkiger uit. En dus voegt hij er vlug aan toe: "Het eten is hier beter, maar ik wil toch terug naar huis. Naar het dorp dus. Want ik heb geen huis meer." En hij loopt terug naar zijn nieuwe vriendjes in de tent voor de kinderen. De 'Friendly Space'-ruimte daar, stelt hem op zijn gemak. Bij de leerkrachten. En bij de psycholoog. Die zich misschien ook wel met de ouders zou moeten bezighouden.
"De noodtoestand zal een jaar duren."
In het hoofdkwartier van Unicef, in Multan, een bureau dat de eerste dagen geopend werd om zo dicht mogelijk bij de slachtoffers te zijn, bevestigt Ketsamay Rajphangthong, Field Chief Officer voor Punjab, dat de situatie in dit kamp de uitzondering is en dat de omvang van de ramp iedereen in snelheid heeft gepakt, ook al doet iedereen zijn uiterste best. "Teveel mensen zijn getroffen. Hun dorpen zijn verwoest, ze zijn beter af in de kampen, maar ze willen naar huis. En ze hebben absoluut hulp nodig om hun leven weer op de rails te zetten. Hier, in de provincie Punjab, zouden we al in de post-crisisfase moeten zitten, we zouden bezig moeten zijn met de heropbouw. Maar het blijft hier noodtoestand. Er leven nog altijd zoveel mensen op straat en in tenten. En die noodtoestand zal een jaar duren. Dat is gigantisch."
Tijdens ons gesprek, ontvangt Ketsamay de laatste berichten op zijn gsm. "De dingen komen in beweging, het geld arriveert. We voelen het verschil na het bezoek van verschillende buitenlandse organisaties. Je moet er plaatse komen om echt te beseffen hoe groot de ramp is. Het is goed dat je gekomen bent."
Wanneer ik in Islamabad het vliegtuig neem om terug naar België te keren, vraag ik mij af wat de media bij ons doen. Het lijkt er enkel over het de pedofiele priesters te gaan. Een drama voor honderden Belgen. Dat begrijp ik best. Maar het water in het meer van Manchar blijft stijgen...

